Racisten en hun infoblad
Wat als je burgemeester een racist is en zijn wil doorduwt in het stadsmagazine zodat daar plots alleen nog blanke inwoners in verschijnen?
Wat als je burgemeester een racist is en zijn wil doorduwt in het stadsmagazine zodat daar plots alleen nog blanke inwoners in verschijnen?
Ja, deze blog gaat over de burgemeester van Ninove en zijn infoblad. Als ik het goed begrijp wou hij geen hoofddoeken in zijn stadsmagazine en zijn communicatiedienst heeft dat uitgebreid naar ‘geen mensen met een kleurtje’. Burgemeester Guy D'haeseleer verdedigt in het Nieuwsblad zijn beleidslijn: 'Als ge graag mensen van kleur ziet, dan raad ik u aan om te gaan wandelen in de stad. Dan zie je genoeg mensen van kleur.”
Wat doe je daar nu mee? Eerst eens diep zuchten. Een paar dagen wachten, tot de nuances indalen. En pas dan een antwoord schrijven op een complex probleem. Ziehier. Neem een koffietje.
‘Een blad waarin elke inwoner zich herkent’
Mijn goede vrienden van het bureau Bold & Pepper publiceerden in de Standaard een reactie ‘Gebruik je stadsmagazine niet als ideologische filter, maar als venster op de stad waarin elke inwoner zich herkent’.
Met alle respect, dit is fout. Een stadsmagazine heeft maar één doel: het beleid van de meerderheid kenbaar maken en verdedigen. Een infoblad is geen privé-speeltje van de communicatiedienst. Het is een megafoon van de politieke meerderheid.
Als die meerderheid racistisch is, is het normaal dat het infoblad een racistische reflex heeft.
Geen enkele burgemeester, van welke politieke kleur ook, wil zijn blad ideologievrij. Elke burgemeester ziet zijn blad als een kanaal om zijn ideologie te verdedigen. Daar is niets mis mee. Hij (of zij) is verkozen. Hij (of zij) zet de redactionele lijnen uit. Dat is een democratie.
Wat de burgemeester van Ninove hier uitbraakt, heeft de waardevolle eigenschap van de duidelijkheid. Het is aan zijn kiezers om te oordelen of ze dit platvloers racisme verteerbaar vinden. Zoniet, de pen in het stemhokje is een machtig zwaard.
Moeten mensen met een kleurtje in het infoblad?
Dit klinkt misschien vreemd maar het is een legitieme vraag. Ik zie drie goede redenen om allochtonen in een infoblad te tonen en aan het woord te laten:
Elk van deze drie redenen is prima. Maar we mogen tegelijk niet blind zijn voor de angeltjes in het gras.
Hoe herken je een allochtoon?
Nee, het is niet de eerste zin van een fout grapje. Dit is wel degelijk een reëel probleem. Veel allochtonen zijn niet herkenbaar als ‘allochtoon’. In een stad zoals Gent, met veel mensen van Turkse en Oost-Europese afkomst, kan je ze niet herkennen. Toen ik het Gentse stadsmagazine maakte, kwam er een boze lezersbrief omdat we niet genoeg Turken in het infoblad lieten zien. Nochtans stond er een Turkse vrouw op de cover. Alleen zag ze er gewoon Gents uit…
Om allochtonen herkenbaar te krijgen, neigen we snel naar een overreactie met stereotypen.
Het eerste stereotype is ‘de zwarte’. Zwart is een zeer herkenbare huidskleur en zonder meer toepasbaar in een Brusselse context. Maar wat in de Vlaamse steden? Hoeveel zwarten zie je in Harelbeke, in Gent, in Hasselt? De zoektocht naar zwarten voor je infoblad is goedbedoeld, maar spreek je hiermee de allochtone gemeenschap aan van Turken, Italianen, Roemenen, … ? Het antwoord is nee. Afrikaanse mensen tonen om daarmee Italianen aan te spreken, is volgens die Italianen wel heel bizar.
Het tweede stereotype is ‘de vrouw met de hoofddoek’. Zetten we een hoofddoek op de frontpagina, om te tonen hoe inclusief we zijn? Dit is niet onschuldig. Wat is de positie van het bestuur tegenover de hoofddoek? Nogal wat politici vinden het promoten van een religie aan de hand van kledij vrij irritant. Nogmaals, het infoblad is het blad van het bestuur. Dit moet vooraf goed doorsproken worden binnen de meerderheid.
Wie kent een allochtoon?
Een ander angeltje is het vinden van voldoende allochtonen. We laten in de infobladen makkelijk ambtenaren aan het woord. Heeft je gemeente gekleurde mensen in dienst? Dat valt tegen. En als ze al ambtenaar zijn, vind je ze zelden in een hoge positie, meestal in arbeidersjobs – zoals de groendienst.
Bij gebrek aan gekleurde ambtenaren gaan veel infobladen op zoek naar burgers-met-een-kleurtje. Dat vormt een grotere opgave dan je zou denken. De meeste redactieraden bestaan uit hoogopgeleide blanke vrouwen in hun dertiger-veertiger jaren. Hun vriendenkring bestaat vooral uit andere hoogopgeleide blanke vrouwen in hun dertiger-veertiger jaren. De redactieraad kent niet genoeg mensen van kleur! Je kan dit maar doorbreken door allochtonen in je redactieraad op te nemen en gretig te plukken uit hun kennissenkring.
En tenslotte wil ik nog dit meegeven: je toont mensen met kleur om een boodschap door te geven aan de blanken. Als je mensen met kleur wil bereiken vanuit de communicatiedienst, gebruik je niet het infoblad. Zij lezen dat in verhouding veel minder. Allochtonen betrekken bij het bestuur vanuit het infoblad is een illusie. Andere communicatiekanalen liggen meer voor de hand. Maar dat is weer een heel ander verhaal, dat ik later wel eens zal brengen.
Moraal en tips
Moraal van dit verhaal: zoals zo vaak heeft het Vlaams Belang een heel simpele oplossing (‘geen vremde in mijn blad’) voor een heel complex probleem.
Als je gemeente écht kiest voor inclusie, is dat een hele opgave voor de communicatiedienst.
Van de weerstuit kiezen voor een even simpele oplossing (‘zet een vrouw met een afro op de cover’) is even kortzichtig.
Samengevat in vijf tips:
Elke maand het nieuwste nieuws uit bladenland in je inbox.
Simpel om je in te schrijven. Simpel om je uit te schrijven. En gratis.