De Nederlandse benaming ‘open rug’ klinkt een beetje ongelukkig – een open rug is een aandoening in de embryonale fase met vreselijke neveneffecten. Vandaar dat drukkers vaak andere benamingen gebruiken, zoals de ‘koptische binding’. Die naam hebben we te danken aan de christenen in het Egypte van de 3de eeuw. De Koptische monniken waren een van de eerste die overstapten van opgerolde papyrusvellen naar een boekvorm, met losse bladen die ze aan elkaar naaiden.
De Japanse binding is... Chinees
Een gelijkaardige bindwijze is de ‘Japanse binding’. Die naam is wel misleidend want de uitvinders waren niet de Japanners, maar de Chinezen. Toen men in China in de 7de eeuw begon te drukken met losse letters was de binding dé ideale manier om de gedrukte vellen aan elkaar te binden. De Japanners kopieerden de techniek gewoon en noemden het watatoji (wa = Japans, toji = binding).
Vandaag stoppen we de binding bijna altijd weg achter de rug van de kaft. De zeldzame gevallen waarin we die naakt laten, creëert dan ook veel attentiewaarde. Je publicatie geeft ook de indruk fragieler te zijn. Dat is slechts schijn, de rug is even robuust al zal de lezer er wel onbewust voorzichtiger mee omspringen.